Tijdens deze dag zullen we veel oefeningen doen, waarin de deelnemers het werken met de rode neus en het clown zijn kunnen ervaren.
Dagdeel 3
Tijdens dit dagdeel gaan we door middel van bewegen, geluid maken, loopjes en situaties op zoek naar een eigen personage of type als clown.Belangrijk hierbij is dat de deelnemers hun eigenheid in het clown zijn ontdekken en durven neer te zetten.
Dagdeel 4
Als opdracht voorafgaande aan dit dagdeel wordt de deelnemers gevraagd thuis op zoek te gaan naar kleding en attributen, die hun clowns-type kan accentueren.
Tijdens het dagdeel gaan we met deze kleding en attributen aan de slag om van daaruit het eigen type verder uit te werken.
Dagdeel 5
Tijdens dit dagdeel gaan we vooral aan de slag met het alert zijn en het durven laten leiden door impulsen.
Daarbij worden de deelnemers op diverse wijzen uitgenodigd om vooral improviserend te werk te gaan en eventuele plannen en programma=s los te laten.
Dagdeel 6
Dit dagdeel staat in het teken van samenspel.
Hoe kun je als clowns-duo of clowns-groep zo samenwerken dat je elkaar in het spel versterkt.
Dagdeel 7
Tijdens dit dagdeel gaan we speciaal kijken naar het werken met de bewoners.
Tijdens de andere bijeenkomsten is dit ook reeds aanwezig geweest, maar nu krijgt het extra accent door bewoners-situaties uit te spelen en met elkaar na te gaan wat de mogelijkheden èn grenzen zijn voor de clown in dergelijke situaties.
Ondersteuningsmomenten
Deze momenten zijn bedoeld om met een groepje clowns naar een afdeling of bewoners-groep te gaan, daar een optreden te verzorgen en vervolgens dit optreden samen na te bespreken.
Aangezien een optreden meestal ca. 1 à 1½ uur omvat en de nabespreking ongeveer 1 uur zal beslaan, zal een ondersteuningsmoment in de praktijk ca. 2½ uur omvatten.
Follow-up
Aan het eind van dit traject kunnen we in gezamenlijk overleg nagaan in hoeverre verdere training in de vorm van follow-up bijeenkomsten gewenst is.
Intervisie
Het zou goed zijn als de deelnemers tussen de geplande dagdelen door in kleinere groepjes bijeen kunnen komen om nog eens een oefening uit te proberen, elkaar te ondersteunen in het zoeken naar kleding en attributen, ervaringen uit te wisselen e.d.
Vanuit die achtergrond zullen de deelnemers gestimuleerd worden om intervisie-groepen te formeren.